Negatief gedrag van kinderen

Het gedrag van kinderen ontwikkelt zich in bepaalde fasen. Zo draait de wereld van de puberende peuter, kleuter of jonge volwassene vooral om henzelf. Aandacht delen, empathie, consequenties van gedrag zien, dat zijn dingen die kinderen moeten leren. In een stiefgezin kun je ook specifiek negatief kindergedrag tegenkomen. Een kleine greep uit de mogelijkheden.

  • Geldingsdrang

In elk gezin is er wel eens rivaliteit tussen de kinderen, soms concurreren ze met elkaar. Dat gedrag komt uiteraard ook in stiefgezinnen voor. Zeker tussen kinderen die er altijd zijn en stiefkinderen die er minder vaak zijn. Op zich is hier niets mis mee, zo leren kinderen ook voor zichzelf op te komen. Speel niet continue de politieagent, geef ze dus de ruimte, maar corrigeer waar nodig. En behandel alle kinderen gelijk, ook al voel je misschien niet voor ieder kind hetzelfde.

  • Wisselstress

Zeker jonge kinderen kunnen veel last hebben van wisselstress. Bij binnenkomst moeten ze weer even acclimatiseren, weer even wennen aan een ander gezin en andere huisregels. Negatief gedrag zoals huilen, ruzie zoeken, negeren of onaardig zijn kan een manier zijn om de grens weer even op te zoeken. Grenzen geven kinderen juist houvast, het schept duidelijkheid. Geef dus de grens aan waar dat nodig is. Door de kinderen even de ruimte te geven bij binnenkomst, bijvoorbeeld een uurtje lekker spelen of kleuren kan ook al veel helpen. Een vast ritueel (eerst even langs bij oma) kan ook al helpen. Oudere kinderen hebben minder last van wisselstress, maar ieder kind kan in het begin moeite hebben met het ‘schakelen’ tussen twee gezinnen.

  • Aandacht vragen

Ieder kind krijgt graag aandacht van de mensen om hem of haar heen. Omdat je stiefkinderen er niet elke dag zijn, kan dat resulteren in veel aandacht vragen van hun vader. Mits het naar verhouding is, is hier natuurlijk niets mis mee. Je hoeft niet de hele dag met elkaar op te trekken, het is ook belangrijk dat de biologische ouder alleen tijd doorbrengt met zijn of haar kind(eren). Maar het moet wel in verhouding zijn. De stiefouder moet geen vijfde wiel aan de wagen zijn als de stiefkinderen er zijn, daar word je niet gelukkig van. Er moet geen duidelijke scheidslijn zijn tussen de in- en outsiders in het stiefgezin. Wees ook alert op het negatief aandacht vragen van kinderen, negeren waar het kan en corrigeren indien nodig kan een goede aanpak zijn.   

  • Manipulatie

Kinderen kunnen feilloos je zwakke plek aanvoelen. Zeker bij pubers moet je hiervoor op je hoede zijn. Maak samen met je partner goede afspraken hoe jullie op dit gedrag reageren en handhaaf de regels! Wees je er bewust van dat je partner niet altijd hetzelfde beeld heeft als jij. Blijf met elkaar in gesprek en zoek een tussenweg of sluit een compromis, want grote verschillen in aanpak of beeldvorming kunnen een relatie doen stuklopen. Heeft je partner geen oog voor jouw mening of gevoelens, dan is dat zoals in iedere andere relatie meestal geen positief teken.

Heb je zelf geen kinderen, dan kunnen boeken over de ontwikkeling van kinderen of opvoeden je veel nieuwe inzichten geven. Hierdoor ben je ook beter voorbereid op een leven met stiefkinderen. En over het algemeen geldt; hoe meer ervaring je opdoet, hoe beter het gaat. Dus geef jezelf de kans om foute te maken en te leren hoe je moet opvoeden. Zo zijn de biologische ouders ooit ook begonnen.

Verhalen

Er zijn nog geen verhalen beschikbaar bij dit onderwerp.